‘Blijf geloven in wat mensen kunnen’
Voordat Helen Raamsdonk in het sociaal werk terechtkwam, werkte ze in het onderwijs. Daarna maakte ze de overstap naar het welzijnswerk, dat er toen heel anders uitzag dan nu. Er waren verschillende kleine welzijnsorganisaties, het werk was kleinschaliger en er hoefde minder op papier te worden verantwoord. Vanuit eenvoudige huisvesting en met een klein team werkte ze midden in de wijk, dicht bij kinderen, ouders en vrijwilligers. Ruim 38 jaar later neemt Helen afscheid van Farent en haar rechtsvoorgangers.
In al die jaren vervulde ze verschillende uitvoerende, leidinggevende en vernieuwende rollen. Wat steeds hetzelfde bleef, was haar vertrouwen in mensen. “Iedereen heeft talent en iedereen kan groeien. Soms is daar alleen iemand voor nodig die dat ziet.”
Helen begon in het sociaal werk als kinderwerker en opvoedondersteuner bij Welzijnsondersteuning Noord. Ze organiseerde bijeenkomsten voor ouders en werkte eraan om onderwijs en welzijn dichter bij elkaar te brengen. Haar eerdere ervaring in het onderwijs kwam daarbij goed van pas. “Het werk was kleinschaliger en informeler. We hoefden minder plannen te schrijven en minder te verantwoorden. Er was vertrouwen dat het werk dat we deden belangrijk en nodig was. We waren vooral bezig in de praktijk.”
Een werkveld dat blijft veranderen
In de jaren daarna veranderde het sociaal werk sterk. Gemeenten gingen meer in opdrachten, resultaten en verantwoording denken. Helen zag projecten ontstaan, groeien en soms ook weer verdwijnen wanneer beleid of financiering veranderde. “Je bent in dit werk afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, gemeentelijk beleid en beschikbare middelen. Je bouwt iets op, vernieuwt en moet soms ook weer afscheid nemen. Dat is een rode draad door mijn loopbaan geweest.” Juist daarom vindt ze het belangrijk dat sociaalwerkorganisaties blijven vertrouwen op het vakmanschap van hun medewerkers. “De mensen die in deze sector werken, hebben veel kennis, creativiteit en sociale vaardigheden. Geef professionals de ruimte en er ontstaan mooie dingen.”
Van de Opvoedwinkel tot Welzijn Vught
Een initiatief waar Helen met plezier op terugkijkt, is de Opvoedwinkel in de Bossche binnenstad. In een echt winkelpand konden ouders binnenlopen met vragen over opvoeden. In een tijd waarin informatie nog niet overal direct beschikbaar was, bouwde het team stap voor stap een laagdrempelige plek voor ouders op. Ook het gespecialiseerde peuterwerk, gekoppeld aan opvoedondersteuning, heeft een bijzondere plaats in haar herinneringen. Kinderen die al jong een achterstand dreigden op te lopen, kregen begeleiding op maat. Tegelijkertijd werden hun ouders ondersteund en met elkaar in contact gebracht.
Later was Helen onder meer betrokken bij buurt- en gebiedsgericht werken, jeugd- en jongerenwerk, vernieuwende projecten en de Farent Academie.De laatste jaren voelde ze zich sterk verbonden met Welzijn Vught. Toen ze daar begon, had het team een moeilijke periode achter de rug. Samen met collega’s werkte ze aan rust, vertrouwen en verdere ontwikkeling. “Als ik zie wat het team nu neerzet en hoe goed het samenwerkt, dan ben ik daar ontzettend trots op.”
Verbinden en ruimte geven
Verbinden, ruimte geven en toegankelijk zijn. Zo omschrijft Helen omschrijft haar manier van leidinggeven. Collega’s herkenden dat. In de aanloop naar haar afscheid kreeg ze een doos met 24 kleine afscheidsdoosjes, voor iedere dag één. In een daarvan zat een knoop, als symbool voor haar vermogen om mensen met elkaar te verbinden. Helen werd regelmatig gevraagd op plekken waar verandering nodig was of waar iets opnieuw op gang moest worden gebracht. Dat paste bij haar. “Ik vind het leuk om iets nieuws op te zetten of een beweging in gang te krijgen. Als het na een paar jaar goed loopt, ontstaat bij mij vanzelf de behoefte aan een nieuwe uitdaging.”
Een van de mooiste kanten van leidinggeven vond ze het zien groeien van medewerkers. “Soms zie je iets in iemand wat diegene zelf nog niet ziet. Dan kun je iemand net dat zetje geven om iets buiten de eigen comfortzone te doen of een opleiding te volgen. Mensen moeten ook fouten kunnen maken, want juist daardoor kunnen ze groeien.”
De sociale smeerolie van de samenleving
Dat sociaal werk nog altijd hard nodig is, staat voor Helen buiten kijf. Ze noemt het de “sociale smeerolie” van de samenleving. “Naast fysieke en mentale gezondheid is er ook sociale gezondheid. Niet iedereen kan het helemaal alleen. Soms gaat het om individuele ondersteuning, soms om leefbaarheid in een wijk of om mensen die mee willen doen.” De kracht van sociaal werk zit volgens haar in de laagdrempeligheid en in het aansluiten bij wat mensen zelf willen en kunnen. Ook vrijwilligers spelen daarin een belangrijke rol. “Vrijwilligers kunnen veel betekenen, maar zij hebben wel ondersteuning nodig. Iemand die dingen organiseert, faciliteert, met hen meedenkt en samen met hen naar oplossingen zoekt.” Voor Helen draait het vak uiteindelijk om blijven kijken naar mogelijkheden. “Je blijft kijken naar wat iemand wél kan. Ieder mens heeft talent, hoe klein of anders dat soms ook lijkt.”
‘Blijf niet te bescheiden’
Voor de toekomst hoopt Helen dat het sociaal werk nadrukkelijker laat horen wat er in de samenleving speelt. Volgens haar mag de sector daarin minder volgend en minder bescheiden zijn. “We zien in buurten en wijken wat er gebeurt. Die kennis mogen we gebruiken om onderwerpen op de agenda te zetten en het gesprek erover aan te gaan.” Haar belangrijkste boodschap aan collega’s sluit daarbij aan: “Blijf vertrouwen op je deskundigheid. Koester de betrokkenheid en passie die er zijn. Zie de talenten van mensen en geef ze de ruimte. En vooral: houd vol.”
Tijd voor een ander ritme
Wat Helen het meest gaat misse n? Daar hoeft ze niet lang over na te denken: de collega’s, de creativiteit, het optimisme en het plezier. “Er is in al die jaren ontzettend veel gelachen. Humor helpt om contact te maken en kan ontspanning brengen, ook als gesprekken of omstandigheden lastig zijn.” Na in totaal 46 werkzame jaren kijkt ze uit naar een ander ritme. Ze wil meer tijd besteden aan haar eigen yogastudio, meer lessen geven en zich verder verdiepen in yoga. Ook verheugt ze zich op rustige ochtenden, zwemmen, haar tuin en tijd met haar familie. “Ik heb lang genoeg gewerkt en ik heb er echt zin in. Ik heb in al die jaren heel veel verschillende dingen mogen doen. Maar de reden dat ik altijd ben gebleven, waren de mensen: de betrokken en bevlogen professionals die zich iedere dag opnieuw inzetten voor anderen.”