Werkbezoek over sociale benadering dementie krijgt vervolg in Tweede Kamer
De sociale benadering dementie in Den Bosch wordt expliciet genoemd in een motie die is ingediend in de Tweede Kamer. De motie vraagt de regering te onderzoeken hoe er structureel geld beschikbaar kan komen voor initiatieven die bijdragen aan sterke, zorgzame gemeenschappen. De sociale benadering dementie in Den Bosch wordt daarbij als voorbeeld genoemd.
De motie volgt op het werkbezoek van Tweede Kamerleden aan Van Neynsel in ’s-Hertogenbosch. Tijdens dit bezoek stond de vraag centraal hoe mensen met dementie een goed leven kunnen blijven leiden. Samen met de gemeente ’s-Hertogenbosch, Sociaal Werk Nederland, ActiZ, VNG, Zorgverzekeraars Nederland, Coöperatie VGZ, Van Neynsel en Farent werd gesproken over de sociale benadering dementie. Daarbij staat niet de ziekte centraal, maar de mens. Het gaat om kwaliteit van leven, meedoen en betekenisvolle contacten.
De verhalen van bewoners maakten veel indruk. Ze lieten zien hoe belangrijk aandacht, ontmoeting en sociale verbinding zijn voor mensen met dementie en hun naasten. De aanwezige organisaties riepen op tot meer ruimte voor samenwerking tussen zorg en welzijn. Zoals wethouder Pieter Paul Slikker het verwoordde: “We moeten van investeren in zorg naar investeren in zorgzaamheid.”
Voor Farent onderstreept het werkbezoek hoe belangrijk die samenwerking is. In de wijken zien we elke dag wat deze manier van werken betekent voor mensen met dementie en hun naasten. Dat de sociale benadering dementie in Den Bosch nu ook in de Tweede Kamer wordt genoemd, is een mooi vervolg op het werkbezoek.