Contact

Ondersteuning van Farent is vrij toegankelijk. Je kunt direct contact opnemen op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur

088 023 75 00

Ben je in een situatie waarbij acuut hulp nodig is? Bel dan 24/7 met onze Crisisdienst, ook via bovenstaand telefoonnummer. 

Praktijkverhalen

"Vaders en moeders kunnen me alles vragen.”
Makkelijk gezegd: dicht bij ouders staan. Waar moet ik dan gaan staan? Nou, simpel eigenlijk: om 8 uur op het schoolplein. Ik spreek ouders aan en stel mezelf voor als opvoedondersteuner. Vaders en moeders kunnen me alles vragen. En het werkt. Er komen vragen over kinderen die ’s ochtends hun bed niet uit willen, niet willen eten, veel ruzie maken of nog weer andere dingen. Vaak geef ik meteen advies. En soms maak ik een afspraak bij gezinnen thuis. Top dat ouders durven te vragen. Op het schoolplein sta ik precies goed.

 

"Eerlijk gezegd, schrok ik van die vraag.”
Praten hoeft niet zo voor mij. Maar ik kan wel alles maken. Dat geeft me plezier. Elektrische apparaten, fietsen, speelgoed, noem het maar. Kennelijk weet de buurt dat. Tenminste, via de buren kwam de sociaal werker aan m’n deur: of ik als vrijwilliger wilde helpen in het Repaircafé? Eerlijk gezegd, schrok ik van die vraag. Ik ben nogal op mezelf. Toch ben ik een keer gegaan. En ik merkte dat die sociaal werker alles regelt. Zij kent iedereen enzo. Ik kan doen waar ik goed in ben: kapotte spullen repareren. En af en toe komt ze naast me zitten. Dan maken we een praatje.

 

“Hoe fijn het was om mijn hart te luchten.”
Ik dacht dat ik het wel aankon. De zorg voor mijn man, het huishouden, de financiën, het geregel met de thuiszorg. Totdat de sociaal werker van Farent aan de deur stond. Iemand die gespecialiseerd was in mantelzorg. Hoe fijn het was om mijn hart te luchten. Hardop zeggen dat de zorg voor mijn man zwaar was. Dat had ik wel eerder willen doen. De sociaal werker hielp me uit de brand. Mijn man kon naar de dagopvang hier in de wijk. Zo had ik in ieder geval 1 keer per week mijn handen vrij.

 

"Ik wist niet dat ik het had weggestopt.”
Met mij ging het altijd goed. Totdat het niet meer goed ging. Huilbuien uit het niks en ik voelde me down. Ik snapte het niet. Na weken ging ik naar de schoolmaatschappelijk werker bij ons op school. Samen met haar kwam ik erachter dat de scheiding van mijn ouders een harde klap was geweest. Ik wist niet eens dat ik het had weggestopt. Praten erover hielp. De opluchting dat ik mijn gevoel kon delen. Zonder dat er meteen meningen kwamen of oplossingen. Lees verder over Yvette

 

“Zij snapten mij. Ze wisten precies waarom het zo moeilijk was.”
Ik dacht dat het niks meer zou worden met mij. Totdat ik meedeed aan die groep slachtoffers huiselijk geweld. De eerste bijeenkomst vergeet ik nooit meer. De hulpverleners van Farent gaven steun. En dat was fijn. Maar wat echt goud was: de herkenning en erkenning van de andere deelnemers. Zij snapten mij. Ze wisten precies waarom het zo moeilijk was om weg te gaan bij mijn partner. Die groep was het begin van de weg omhoog. Dat had ik veel eerder moeten doen. Lees verder: Zij snapten mij

 

“Gewoon als je me ziet, bij het speelveldje”.
Ze zijn er echt: kinderen die zorgen voor een zieke vader of moeder. Als kinderwerker kom ik ze tegen. Dat wil zeggen… Die kinderen praten er niet zo over. Maar ik zie en hoor dingen en samen met collega’s ben ik begonnen met theatermiddagen. Plezier voor de kids! De moeilijke dingen nemen we daarin mee. Verdrietig zijn, of gewoon heel moe. En dat je hulp mag vragen. Aan familie, je juf op school of aan mij. Gewoon als je me ziet op straat, bij het speelveldje.

 

“Ik werd niet kwaad toen hij begon over een nieuwe kans.”
Ik dacht dat die crisis mijn eindstation was. Het dieptepunt in m’n leven. Waarbij maar 1 ding telde: opname. Totdat de sociaal werker van Farent binnenkwam. Die ging koffie zetten. Hij luisterde naar mijn verhaal. Daarna regelde hij de acute praktische dingen. Eigenlijk deed hij heel gewoon. Ik voelde m’n stress omlaag gaan. En ik werd niet kwaad, toen hij begon over een nieuwe kans. Ik dacht: misschien heb je gelijk. Er zijn nog kansen.

 

“Ze keek me recht in mijn ogen: wat gaan we doen?”
Hoe kwam ik hier ooit nog uit? Diep in de schulden, stapels moeilijke brieven. Ik verloor de moed. Totdat de schuld-hulpverlener van Farent me recht in mijn ogen keek: wat gaan we doen? Heb jij een plan? Eerlijk, dat viel goed bij mij. Ze was helemaal niet van ‘wat ben jij stom dat je in de problemen zit’. Ze zei: ‘je mag fouten maken. Wij gaan dit samen doen.’ Dat deed me super goed. Lees verder over Kitty

 



“Aanpakken in het hier en nu. Dat is mijn werk.”

‘Hoe kom ik aan boodschappen en wie haalt nu m’n kinderen uit school?’ Ik ben thuis bij een jonge vrouw met twee jonge kinderen. Zij ligt in een heftige scheiding en ze houdt de boel amper op de rit. Top dat ze me bij de les houdt. Ons sociaal werk is niet alleen praten. Het is ook doen. Aanpakken in het hier en nu. Vandaag dingen doen en regelen, maakt ruimte voor de verandering van morgen.